Een riool is de infrastructuur waarop afvalwater geloosd wordt. Een riolering of rioolstelsel is een systeem van buizen, putten en pompen dat in steden, dorpen en bedrijven ondergronds is aangelegd. Het is bedoeld om het afvalwater en hemelwater op te vangen en al dan niet gescheiden af te voeren.

Enkele mogelijkheden:

  • Beton en pvc buizen
  • Grés-buizen
  • Plaatsen van aquadrain voor een optimale waterafvoer op verschillende terreinen (Zowel in industrie- als in woningbouw.)

Aanleg

Riolering wordt meestal onder een weg aangelegd omdat voor de aanleg behoorlijk veel ruimte nodig is en er zo voldoende afstand is tot bomen (wortels) en allerhande kabels en nutsleidingen. Dit betekent dat bij werkzaamheden de weg opgebroken moet worden met alle kosten en (verkeers)overlast van dien. Normaal moet bij het aanbrengen van een riool een sleuf gegraven worden, waarbij vaak bronbemaling moet worden toegepast. Als er te weinig ruimte is om een open sleuf te graven of als er een diepe sleuf nodig is, wordt sleufbekisting of damwandbeschroeïng toegepast.

Bij de aanleg wordt gebruikgemaakt van zwaar materieel (graafmachines, hijskranen) en moderne technieken zoals lasers voor het precies plaatsen van buizen onder helling. Betonnen rioolbuizen wegen van een paar honderd kilo voor een kleine diameter tot vele tonnen voor de grote buizen. Een buis met een diameter van 1500 mm weegt ongeveer 5000 kilo.

Bij de “sleufloze techniek” wordt slechts op het begin- en eindpunt een put gegraven en worden de rioolbuizen onder het wegdek door geperst, getrokken of geboord. De aanleg op zich is duurder, maar door de veel lagere bijkomende kosten kan een dergelijke methode economisch aantrekkelijk zijn.

Soorten riolering

Grofweg komen er twee verschillende soorten rioleringsstelsels voor: vrij verval en drukriolering. Gemengd stelsel Verbeterd gemengd stelsel Gescheiden stelsel Verbeterd gescheiden stelsel.

Infiltratie

Het verbeterd gescheiden stelsel kent nog steeds een nadeel, namelijk dat het het regenwater snel afvoert naar oppervlaktewater. Hierdoor kan in korte tijd het waterpeil in sloten stijgen, met de nodige overlast. Er wordt daarom ook geprobeerd om regenwater in de ondergrond te laten infiltreren. Door bijvoorbeeld kratten (draintanks) of bezinkingsputten in de bodem aan te brengen, ontstaat een reservoir waar het regenwater zich kan verzamelen en langzaam in de bodem kan infiltreren.

Materiaal

De buizen in een rioleringsstelsel kunnen van beton, gres of kunststof zijn vervaardigd. De riolering in Nederland bestaat voor ruim 70% uit beton en zo’n 25% uit kunststof. Veelgebruikte kunststoffen zijn PVC, PE of GVK. Het voordeel van een kunststof leiding is dat deze eenvoudig te bewerken is. De materiaalkeuze hangt o.a. samen met de manier waarop het afvalwater door de riolering wordt vervoerd en de chemische samenstelling van het afvalwater. Ook de grondslag is van groot belang. In een slappe ondergrond (zoals veen) zorgen lichte materialen (kunststoffen) ervoor dat rioolbuizen minder snel wegzakken, waardoor renovatie en vervanging minder frequent nodig zijn. Daarentegen kan in een gebied met een hoge grondwaterstand beton juist wenselijk zijn om het opdrijven van de riolering bij een hoge grondwaterstand tegen te gaan. Met name bij grotere buisdiameters (>40 cm) heeft beton het voordeel van een grotere mechanische sterkte. Voor verwerking onder het wegdek kan dit noodzakelijk zijn.